Ik weet hoe het voelt als je lichaam iets vasthoudt
dat je hoofd al lang heeft losgelaten.
Ik was negen jaar oud.
Ik reed pony bij de oom van een vriendinnetje. In het begin bleef het daarbij. Tot zijn handen ineens naar beneden gleden. Naar plekken waar ik op die leeftijd nog niets van begreep.
Mijn lichaam wist genoeg.
Ik bevroor. Ik ging uit mijn lijf. En ik liet het gebeuren. Daar ontstond iets wat jarenlang bleef doorwerken.
Het duurde een jaar. En ik hield het vijf jaar voor mezelf. Hij zei dat het ons geheim was. Dat hij de pony’s iets aan zou doen als ik zou praten. Dat mijn vader boos op mij zou worden. Ik geloofde hem. Ik was negen. De schaamte en schuld die ik met me meedroeg voelden als van mij, maar waren het nooit.
Op school merkte iemand dat er iets niet klopte. Ik reageerde heftig op een situatie en werd doorverwezen. Ik kreeg twee weken om het thuis te vertellen. Ik durfde nauwelijks naar huis. Bleef langer weg. Tot mijn moeder me op de kermis oppikte en ik eruit gooide dat er iets was gebeurd.
Vanaf dat moment kwam alles in beweging.
Aangifte. Hulpverlening. Therapie. Ik leerde praten over wat er gebeurd was. Ik kon het verhaal vertellen. Ik begreep het.
Mijn lichaam bleef hetzelfde doen.
Ik ging over mijn grenzen. Ik paste me aan. Ik kwam terecht in relaties die niet goed voor me waren. Ik wist wat gezond was. Ik leefde er niet naar.
Eind twintig veranderde er iets. Ik confronteerde hem. Voor het eerst keek ik zonder angst. Ik zag iemand die vastzat in zijn eigen wereld. Iemand zonder verbinding met zichzelf. Daar stapte ik uit. Uit zijn verhaal. En uit mijn eigen rol daarin.
Dat gaf ruimte. Maar de echte verandering kwam later.
In mijn dertiger jaren begon ik met hypnose. Daarna volgden ademwerk en lichaamswerk. Daar gebeurde iets wat ik nooit eerder had ervaren. Mijn lichaam begon los te laten wat het al die jaren had vastgehouden. Patronen veranderden. Overtuigingen verschoven. Mijn grenzen werden voelbaar. En ik begon ernaar te leven.
Soms kwamen er beelden voorbij, maar ik zat er niet meer middenin. Mijn systeem hoefde het niet opnieuw te doorleven.
Voor het eerst voelde ik: dit lichaam is van mij.
Dat is de basis van mijn werk. Ik werk met vrouwen die als kind seksueel misbruikt zijn en merken dat praten alleen niet voldoende is geweest. Ze kennen hun verhaal. Ze hebben inzicht. En toch blijft hun lichaam reageren. Spanning. Aanpassen. Bevriezen.
Mijn werk richt zich op het lichaam. Zodat je systeem gaat ervaren dat het nu anders is. Zodat je stopt met jezelf wegcijferen. Zodat je je grenzen gaat voelen en volgen. Zodat je rust ervaart in je lichaam. Je systeem verandert.
Er ligt nog veel taboe op dit onderwerp. Mensen worden niet geloofd. Of gaan zichzelf in twijfel trekken. Begrijpen niet waarom ze blijven reageren op iets dat al zo lang voorbij is. Daar wil ik verandering in brengen. Door het bespreekbaar te maken. Door te laten zien wat er speelt onder de oppervlakte. En door vrouwen te begeleiden terug naar zichzelf.
“Je lichaam heeft ooit geleerd te overleven.
Nu mag het van jou zijn.”
Achtergrond en opleidingen
Ik ben opgeleid als hypnotherapeut en heb me de afgelopen jaren verdiept in verschillende vormen van therapie en lichaamsgericht werk. Alles wat ik inzet in mijn werk gebruik ik bewust en afgestemd op de persoon die voor me zit.
